Begrippenlijst

  • A

    • Actuariele grondslagen

      Gegevens als sterftekansen, arbeidsongeschiktheidskansen, rekenrente en kosten die gemaakt worden om pensioenen uit te keren. Een pensioenfonds gebruikt deze gegevens bij het vaststellen van premies en koopsommen. Tevens wordt met deze gegevens het vermogen berekend, dat nodig is om alle pensioenen te kunnen uitkeren.

    • Actuaris

      Een actuaris combineert economische en wiskundige technieken. De actuaris heeft zich gespecialiseerd in verzekeringswiskunde. De actuaris bepaalt hoe hoog de koopsom of premie moet zijn voor bepaalde verplichtingen. Hij verricht risicoanalyses en bepaalt welk bedrag voor toekomstige verplichtingen moet worden gereserveerd.

    • Afkoop klein pensioen

      Op grond van de Pensioenwet mag alleen nog de pensioenuitvoerder een klein pensioen afkopen. Een klein pensioen is een pensioen dat minder bedraagt dan de afkoopgrens (voor 2014 is dit € 458,06). Nieuw is dat de Pensioenwet meer momenten van afkoop toestaat. Voor het afkopen van een klein pensioen heeft de pensioenuitvoerder niet altijd toestemming nodig. En in een aantal gevallen kan de pensioenuitvoerder slechts afkopen als tegen de afkoop geen bezwaar wordt gemaakt.

    • Anw - Algemene nabestaandenwet

      Voorziet in uitkeringen bij overlijden aan de man of vrouw met wie de overledene gehuwd was of ongehuwd samenwoonde. Keert ook uit aan de ex-echtgeno(o)t(e) aan wie de overledene alimentatieplicht had, en aan kinderen die door het overlijden ouderloos zijn geworden. Het recht op een Anw-uitkering is afhankelijk van eigen inkomen, leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande.

      Kijk voor meer informatie op www.svb.nl.

    • AOW - Algemene Ouderdomswet

      Ouderdomsvoorziening waarop iedere Nederlands ingezetene vanaf zijn AOW-gerechtigde leeftijd recht heeft. Iedereen die tussen zijn of haar 15e en 67e levensjaar in Nederland woont, bouwt jaarlijks 2% AOW op. Wanneer iemand gedurende deze periode in het buitenland woont, kan dit gevolgen hebben voor de hoogte van de AOW-uitkering. 

      Kijk voor meer informatie op www.svb.nl.      

    • Arbeidsongeschiktheidspensioen

      Pensioen dat uitgekeerd wordt als je arbeidsongeschikt wordt. Voor werknemers is er de WIA. In sommige pensioenregelingen is er een aanvulling op de WIA-uitkering. Dit pensioen eindigt uiterlijk op de pensioenleeftijd.

  • B

    • Backservice

      De pensioenverhoging in een eindloonregeling. Gaat uw salaris omhoog, dan gaat ook het pensioen dat u in het verleden hebt opgebouwd omhoog.

    • Bedrijfspakpensioenfonds

      Een pensioenfonds dat werkzaam is in één of meer bedrijfstakken. Meestal is in de bedrijfstak deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds verplicht gesteld. In principe zijn de pensioenen van alle werknemers en soms ook van zelfstandigen uit die bedrijfstakken ondergebracht bij dit bedrijfstakpensioenfonds.

    • Bereikbaar pensioen

      Het pensioen dat u zou kunnen behalen, als men tot de pensioenleeftijd aan de pensioenregeling zou blijven deelnemen. Op het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat het bereikbare pensioen vermeld. Het partnerpensioen is bijna altijd afgeleid van het bereikbare pensioen.

    • Beschikbare premieregeling

      Pensioenregeling, waarbij een deelnemer geen recht heeft op een vast pensioen, maar op een premie. Deze premies kunnen worden belegd of door het fonds worden aangewend om direct een pensioen mee aan te kopen bij een verzekeringsmaatschappij. Op het moment van pensioneren wordt met dit pensioenkapitaal pensioen aangekocht. De hoogte van het pensioen is afhankelijk van de hoogte van de betaalde premies, het rendement op de beleggingen en het inkooptarief voor het pensioen.

    • Bijzonder nabestaandenpensioen

      De aanspraak op nabestaandenpensioen van de ex-partner/ex-echtgeno(o)t(e) die ontstaat wanneer het geregistreerd partnerschap of huwelijk eindigt.

    • Bijzonder partnerpensioen

      Zie Bijzonder nabestaandenpensioen

    • Boon - Van Loon Arrest

      Echtscheidingen die tussen 27 November 1981 en 1 mei 1995 hebben plaatsgevonden vallen onder het Boon van Loon arrest.

      Binnen het Boon van Loon arrest maken de op de scheidingsdatum opgebouwde pensioenaanspraken deel uit van de te scheiden boedel bij echtscheiding en bij ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed. Deze zogenaamde verrekening van pensioenaanspraken vond plaats indien al of niet overeengekomen huwelijkse voorwaarden daartoe aanleiding gaven.

    • Burgerlijke staat

      De AOW-uitkering die u krijgt is afhankelijk van de leefsituatie. Klik hier voor meer informatie. In uw pensioenregeling mag bij het ouderdomspensioen geen onderscheid gemaakt worden naar burgerlijke staat. Bij het partnersioen mag dit wel. Wordt in de pensioenregeling het partnerpensioen opgebouwd dan hebt u, ongeacht de burgerlijke staat, het recht dit partnerpensioen op de pensioendatum in te ruilen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen.

  • C

    • Conversie

      Een methode waarbij een of meer pensioensoorten worden omgezet in een andere pensioensoort. U kunt er bijvoorbeeld mee te maken krijgen bij een scheiding. Bij een echtscheiding kan worden overeenkomen dat de pensioenen die aan de ex-partner toekomen (deel van het ouderdomspensioen en het bijzonder nabestaandenpensioen) worden omgezet in één eigen pensioen voor uw ex-partner.

  • D

    • De Nederlandsche Bank - DNB

      Onafhankelijk toezichthouder voor banken, pensioenfondsen en verzekeraars (www.dnb.nl).

    • Deelnemer

      Een persoon ten bate van wie pensioenrechten worden opgebouwd bij een pensioenfonds.

    • Deelnemersraad

      Orgaan binnen een pensioenfonds met adviserende bevoegdheden ten opzichte van het bestuur van het pensioenfonds.

    • Deeltijdpensioen

      Een vorm van (vervroegde) pensionering, waarbij de werknemer voor een gedeelte met pensioen gaat en voor een gedeelte blijft werken.

    • Deeltijdwerker

      U bent deeltijdwerker als u minder werkt dan de gebruikelijke arbeidstijd in de onderneming. Maar u mag als deeltijdwerker nooit worden uitgesloten van deelname aan de pensioenregeling. Uw pensioenopbouw wordt gebaseerd op basis van de deeltijdpercentage.

  • E

    • Eindloonregeling

      Pensioenregeling waarin de hoogte van het ouderdomspensioen afhangt van het salaris dat de deelnemer direct voorafgaand aan de pensioendatum verdient.

    • Ex-echtgenoot

      Als ex-echtgenoot kunt u na overlijden van uw vroegere echtgenoot recht hebben op een nabestaandenpensioen. Als uw vroegere echtgenoot met pensioen gaat kunt u recht hebben op een deel van zijn ouderdomspensioen. Kijkt u goed wat er in de echtscheidingsconvenant is afgesproken.

  • F

    • Factor A

      De factor die aangeeft wat de pensioenaangroei is geweest in een bepaald jaar. De pensioenuitvoerder moet u jaarlijks een opgave verstrekken van de factor A. Deze factor A is nodig om de jaarruimte te kunnen berekenen.

    • Fictieve deelnemingsjaren

      De jaren die meetellen voor de berekening van uw pensioen, terwijl u in die periode niet in dienst was bij uw huidige werkgever. Fictieve deelnemersjaren (of: dienstjaren) ontstaan bij waardeoverdracht.

    • Franchise

      Het drempelbedrag waarover geen pensioenopbouw plaatsvindt.

  • G

    • Gelijke behandeling

      In pensioenregelingen mag in principe geen onderscheid worden gemaakt op grond van geslacht, burgerlijke staat, seksuele geaardheid, ras of nationaliteit, aard of duur van het dienstverband, leeftijd, handicap of chronische ziekte. Wel zijn er enkele wettelijke uitzonderingen op het verbod om onderscheid te maken. Ook kan bij sommige discriminatiegronden het onderscheid objectief worden gerechtvaardigd. Meer over de Commissie Gelijke Behandeling.

    • Geregistreerd partnerschap

      Een samenlevingsverband dat bij de burgerlijke stand als zodanig is geregistreerd. Een geregistreerde partner is in pensioenregelingen gelijkgesteld met een huwelijkspartner.

    • Gewezen deelnemer

      Je bent gewezen deelnemer als je deelname aan de pensioenregeling is gestopt doordat je niet langer bij het bedrijf of in de bedrijfstak werkt Je houdt recht op wat je hebt opgebouwd, maar bouwt nu niet meer op.

  • H

    • Halfwezen uitkering

      Uitkering aan de ouder of verzorger van een kind dat jonger is dan 18 jaar, en dat als gevolg van het overlijden nog maar één ouder heeft. Vloeit voort uit de Anw en bedraagt 20% van het netto inimumloon. Meer over de Anw-bedragen.

    • Hoog-laag constructie

      Constructie, waarbij u kunt kiezen voor een hogere uitkering in de eerste jaren van pensionering en daarna een lagere, of omgekeerd (laag-hoog constructie). Een variatie tussen de hoogste en de laagste uitkering van maximaal 100:75 is toegestaan. Er hoeft niet aan die grens te houden als er eerder met pensioen wordt gegaan en in de periode tot 65 jaar wil voorzien in een AOW-overbrugging.

  • I

    • Indexering

      Verhoging van het pensioen naar aanleiding van prijsstijging of loonontwikkeling. Geldt voor het pensioen van gepensioneerden en slapers. Ook actieve deelnemers aan een middelloonregeling hebben er mee te maken. Men noemt dit ook toeslag.

  • J

    • Jaarruimte

      De mogelijkheid die je kunt hebben om een bedrag dat je stort voor een lijfrenteverzekering een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrekening in aftrek te brengen op je inkomen, omdat je in dat jaar te weinig pensioen hebt opgebouwd.

  • K

    • Kapitaaldekking

      In een systeem van kapitaaldekking wordt er meteen bij het toekennen van een pensioenaanspraak geld opzij gezet om later de pensioenuitkering te kunnen betalen. De pensioenpremies worden gespaard en belegd. Voor iedere deelnemer bouwt de pensioenuitvoerder zo het kapitaal op dat nodig is om later het pensioen uit te betalen.

    • Keuzerecht

      Het recht om uiterlijk op de pensioendatum je opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. Het keuzerecht is niet van toepassing op partnerpensioen dat op risicobasis is verzekerd. Het keuzerecht omvat ook het recht een deel van het ouderdomspensioen bij ontslag of pensionering om te zetten in partnerpensioen.

  • L

    • Levensloopregeling

      Een regeling waarbij je ten hoogste 12% van je brutoloon kunt sparen. Was je op 1 januari 2005 tussen de 50 en 55 dan mag je nog meer sparen. Je levenslooptegoed mag ten hoogste 210% van je jaarsalaris bedragen. Je kunt in de levensloopregeling sparen voor inkomen tijdens verlofperiodes. Je werkgever mag een financiële bijdrage aan de levensloopregeling leveren. Over de uitkeringen uit de levensloopregeling wordt belasting geheven. Ook kun je het levenslooptegoed gebruiken om eerder te stoppen met werken of om door te sluizen naar je ouderdomspensioen.

      Let op: vanaf 1 januari 2012 vervalt de levensloop en gaat het over naar de vitaliteitsregeling.

      Uitzondering

      Bestaande levensloopregelingen worden ook na 1 januari 2012 opengehouden
      Als u vóór 1 januari 2012 al deelnam aan een levensloopregeling, dan blijft deze regeling voor u voorlopig gewoon bestaan. Alleen deelnemers met een saldo van 3.000 euro of meer kunnen in 2012 en 2013 nog extra stortingen doen. Bedraagt uw levenslooptegoed minider dan 3.000 euro, dan blijft de regeling nog wel intact, maar kunt u geen stortingen meer verrichten.

      Alle deelnemers aan de levensloopregeling kunnen in het jaar 2013 hun levenlooptegoed zonder belastingheffing omzetten in het nieuwe vitaliteitssparen.

      Zie ook vitaliteitsregeling

    • Lijfrente

      Aanspraak op een reeks vaste periodieke uitkeringen, die uiterlijk bij overlijden eindigt. Te vergelijken met een uitkering uit een pensioenregeling. De aanspraak is afhankelijk van het leven van één of meerdere personen. Deze voorziening wordt vrijwillig (privé) afgesloten.

    • Lijfrentepremieaftrek

      Het bedrag dat je stort voor een lijfrenteverzekering een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrekening kan onder bepaalde voorwaarden in mindering worden gebracht op het belastbaar inkomen. Over de lijfrenteuitkering moet te zijner tijd belasting worden betaald.

  • M

    • Middelloon

      In de middelloonregeling wordt je pensioen jaarlijks berekend aan de hand van het salaris in dat jaar. Het pensioen dat je in voorgaande jaren hebt opgebouwd wordt niet aangepast aan je nieuwe salaris. Wel wordt je pensioen in middelloonregeling meestal geïndexeerd. Daarmee wordt de koopkracht van het pensioen behouden.

  • N

    • Nabestaandenpensioen

      Pensioen dat – doorgaans levenslang – wordt uitgekeerd aan de partner (of kinderen) van de deelnemer aan een pensioenregeling. Verzamelnaam voor weduwen-, weduwnaars-, wezen- en partnerpensioen.

    • Niet-actieve deelnemer

      Je doet niet meer mee aan de pensioenregeling, omdat je niet langer bij het bedrijf of in de bedrijfstak werkt. Je houdt recht op wat je hebt opgebouwd, maar bouwt nu niet meer op.

  • O

    • Omkeerregel

      Normaal wordt alles wat je uit je dienstverband krijgt belast. Bij pensioen is dat anders. Niet de pensioenpremies behoren tot het fiscaal belastbare loon, maar de pensioenuitkeringen. Dit betekent dat niet de pensioenaanspraak wordt belast, maar de te zijner tijd te ontvangen pensioenuitkering.

    • Omslagstelsel

      Financieringsvorm waarbij de werkenden premies betalen, waarmee op hetzelfde moment uitkeringen aan pensioengerechtigden worden betaald. In Nederland wordt het omslagstelsel onder meer toegepast voor de financiering van de AOW. De Pensioenwet staat het omslagstelsel voor pensioenaanspraken niet toe.

    • Ondernemingspensioenfonds

      Een aan één of meer ondernemingen verbonden pensioenfonds. Ondernemingspensioenfondsen hebben vrijwel altijd de rechtsvorm van een stichting.

    • Ontslagrechten

      Als je niet meer meedoet aan de pensioenregeling, behoud je recht op het pensioen dat je al hebt opgebouwd.

    • Opbouwpercentage

      Per jaar bouw je een deel van je uiteindelijke pensioen op. In een uitkeringsovereenkomst (eindloon- of middelloonregeling) bouw je ieder jaar een bepaald percentage van de pensioengrondslag op. Het maximale opbouwpercentage is per 1-1-2014 wettelijk vastgesteld op 1,84%.
      Bij de hoofdregeling binnen SPP ligt het opbouwpercentage per 1-1-2014 op 1,84%.

    • Opbouwregeling

      In de middelloon- of opbouwregeling wordt je pensioen berekend op basis van het gemiddelde salaris dat je tijdens je loopbaan hebt verdiend. Je in eerdere jaren opgebouwd pensioen wordt niet opgehoogd tot het niveau van het laatste salaris. De pensioenregeling kent dus geen backservice zoals in de eindloonregeling.

    • Oudedagslijfrente

      Deze lijfrente is bedoeld als een levenslange ouderdomsvoorziening. De lijfrente kan ingaan wanneer je maar wilt. Als jij de premie hebt afgetrokken, mag de uitkering alleen aan jou plaatsvinden. Meer over zelfstandige en pensioen.

    • Ouderdomspensioen

      Het ouderdomspensioen krijg je uitgekeerd vanaf de pensioendatum (meestal 65 jaar) tot je overlijden. Bij ons in maandelijkse termijnen. Naast het levenslange pensioen bestaat er ook tijdelijk ouderdomspensioen.

  • P

    • Partner

      Als ‘partner’ voor een partnerpensioen komt in aanmerking degene die voor je overlijden:
      • Je echtgenoot/echtgenote was, of
      • Je geregistreerde partner was, of
      • De partner was waarmee je minimaal een half jaar ongehuwd samenwoonde met een door de notaris opgestelde samenlevingsovereenkomst. In dit geval moet het Pensioenfonds in het bezit zijn gesteld van een kopie van de samenlevingsovereenkomst.

      Let wel: Je moet zijn getrouwd, een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan of gaan samenwonen voor je met pensioen gaat.

    • Partnerpensioen

      Het pensioen voor de achterblijvende partner. Wordt uitgekeerd vanaf je overlijden tot het overlijden van je partner. In het verleden sprak men van weduwepensioen en later ook van weduwnaarspensioen. Tegenwoordig wordt de term partnerpensioen, of de term nabestaandenpensioen, gebruikt als verzamelnaam voor alle pensioenen voor de achterblijvende partner, of dit nu een huwelijkspartner is of niet.

    • Partnerpensioen o.b.v. opbouw

      Als je partnerpensioen opbouwt, vorm je een 'potje'. Hieruit ontvangt je partner na jouw dood een uitkering. Stop je met opbouwen, omdat je bijvoorbeeld niet meer aan een pensioenregeling meedoet, dan houd je recht op het partnerpensioen dat tot op dat moment is opgebouwd. Tot voor kort werd in de meeste pensioenregelingen het partnerpensioen verzekerd op opbouwbasis. Steeds vaker gaan regelingen over op partnerpensioen op risicobasis. Is het partnerpensioen opgebouwd, dan houd je recht op het pensioen bij ontslag. Na een echtscheiding houdt je ex-partner recht op het partnerpensioen dat tot de datum van echtscheiding is opgebouwd. Je kunt het opgebouwde partnerpensioen, met instemming van je partner, op de pensioendatum in ruilen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen.

    • Pensioen

      Pensioen is een inkomen voor de tijd dat men niet meer werkt op latere leeftijd of niet meer kan werken wegens arbeidsongeschiktheid. Vaak maakt ook een uitkering aan achterblijvende partners en wezen deel uit van een pensioenregeling. Daarnaast kunnen pensioenregelingen bepalingen bevatten voor pensioenopbouw in speciale gevallen, zoals militaire dienstplicht, zwangerschap een kortstondige werkloosheid.

    • Pensioenbreuk

      Pensioennadeel dat kan ontstaan als je van werkkring verandert, en daardoor van pensioenregeling. Het al opgebouwde pensioen bij je oude werkgever wordt dan soms niet volledig aangepast aan de prijs- of loonontwikkeling. Dat betekent verlies van koopkracht.

    • Pensioenbureau

      De afdeling binnen Pon die zich bezighoudt met de uitvoering van de pensioenregeling van Stichting Pensioenfonds Pon (SPP). Op het pensioenbureau vindt de administratie plaats, worden de bestuursvergaderingen voorbereid, wordt toezicht gehouden op de vermogensbeheerders en wordt het communicatiebeleid uitgevoerd.

    • Pensioendatum

      De datum waarop volgens de pensioenregeling je ouderdomspensioen ingaat.

    • Pensioenfonds

      Een organisatie die de pensioenpremies ontvangt, bewaakt, belegt en zorgt voor de uitkering aan gepensioneerden. Er zijn bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, en beroepspensioenfondsen. Pensioenfondsen staan ondertoezicht van de De Nederlandsche Bank (www.dnb.nl).

    • Pensioengrondslag

      Je salaris min de franchise. De pensioengrondslag is het bedrag waarmee je pensioen wordt berekend. Je eigen bijdrage is vaak uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag.

    • Pensioenpremie

      Het bedrag dat je werkgever aan de pensioenuitvoerder moet betalen om het pensioen te financieren. Meestal bestaat de premie uit een werkgevers- en werknemersdeel, dit gezamenlijk is de totale premie ter financiering van het pensioen. Bij een DB-regeling worden letterlijk pensioenrechten ingekocht, een DC-regeling zorgt dat de premie in een geld/kapitaaldepot terecht komt.

    • Pensioenreglement

      Schriftelijk document waarin precies staat omschreven hoe je pensioenregeling in elkaar steekt, wat de rechten en plichten zijn van jou en je pensioenuitvoerder.

    • Pensioenuitvoerder

      De instantie die het pensioen uitvoert (administratie, helpdesk, beleggen van pensioengelden, uitkeren van pensioen). Bijvoorbeeld een pensioenfonds of een levensverzekeraar. Bij Pon is dit het Pon Pensioenfonds (SPP).

    • Pensioenverevening

      Bij scheiding wordt het ouderdomspensioen verdeeld. Dit heet verevening wanneer dit gebeurt op basis van de wettelijke voorschriften. Het ouderdomspensioen wordt gesplitst, het partnerpensioen wordt omgezet naar het bijzonder partnerpensioen.

    • Premievrije aanspraak

      Als u niet meer meedoet aan de pensioenregeling, behoudt u het recht op het pensioen dat er al is opgebouwd. Daar hoeft geen premie meer voor betaald te worden. Vandaar de term premievrije aanspraak. Als in de pensioenregeling de ingegane pensioenen worden geïndexeeerd, worden ook de premievrije aanspraken van de gewezen deelnemers geïndexeerd.

    • Premievrije pensioenopbouw

      Bent u (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt dat gaat de pensioenopbouw (gedeeltelijk) door. U betaalt voor die opbouw geen premie. Dit moet wel binnen de pensioenregeling worden aangeboden.

    • Prepensioen

      Oude pensioenvorm die nu niet meer mogelijk is, maar wel nog kan gelden voor oudere werknemers. Het is een tijdelijk ouderdomspensioen dat voorafgaand aan het levenslange ouderdomspensioen wordt uitgekeerd. Het was bedoeld als vervanging van de VUT-regeling. Tijdens de periode van het prepensioen mag de pensioenopbouw voor het gewone ouderdomspensioen worden voortgezet. De regeling voor prepensioen was een tijdelijke regeling.

  • R

    • Reserveringsruimte

      De mogelijkheid die u kunt hebben om een bedrag dat er wordt stort voor een lijfrenteverzekering een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht in aftrek te brengen op in inkomen vanwege een pensioentekort dat er in voorgaande jaren is opgelopen. De reserveringsruimte is een optelsom van de jaarruimtes die u in de afgelopen 7 jaar niet hebt gebruikt.

  • S

    • Scheiding

      De echtscheiding, scheiding van tafel en bed en verbreking van de geregistreerde partnerrelatie.

    • Slaper

      Niet-actieve, maar nog niet gepensioneerde deelnemer in een pensioenregeling.

  • T

    • Toeslag

      Verhoging van het pensioen naar aanleiding van prijsstijging of loonontwikkeling. Geldt voor het pensioen van gepensioneerden en slapers. Ook actieve deelnemers aan een middelloonregeling hebben er mee te maken. Men noemt dit ook wel indexering.

  • U

    • Uitruil

      De mogelijkheid voor u als deelnemer om het opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een hoger (of eerder ingaand) ouderdomspensioen of een deel van het ouderdomspensioen om te zetten in partnerpensioen.

  • V

    • Verevening pensioenrechten bij scheiding

      Verdeling van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen in geval van scheiding. De ex-partner krijgt de helft van het ouderpensioen dat u tijdens het huwelijk hebt opgebouwd.

    • Verlof

      Als u verlof opneemt kan dit effect hebben op het pensioen. Neem contact op met uw werkgever en bespreek het soort verlof wat u opneemt en wat de consequentie voor het pensioen kan zijn.

    • Vroegpensioen

      Pensioenregeling met een pensioendatum die gelegen is vóór uw 65e verjaardag. Oude VUT-regelingen en prepensioenen zijn fiscaal niet meer toegestaan.

  • W

    • Waardeoverdracht

      U kunt het ‘oude’ pensioen meenemen naar een nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet ‘waardeoverdracht’. Hoe weet u wat in uw situatie het beste is? U vraagt de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever wat u voor het ‘oude’ pensioen krijgt. Anders gezegd: de nieuwe pensioenuitvoerder vertaalt het door uw meegenomen pensioen in een aantal opbouwjaren volgens de nieuwe pensioenregeling. Waardeoverdracht kan een goed middel zijn tegen pensioenbreuk.

      Let op: pensioenfondsen zullen niet meewerken aan waardeoverdracht als de financiële toestand van het fonds dat niet toelaat. Dan komen er geen overdrachten meer binnen en gaan er ook geen overdrachten meer uit. Zodra het fonds niet meer in de financiële problemen zit, krijg je bericht en kun je alsnog de waarde overdragen.

    • Waardevast pensioen

      Je pensioenaanspraken zijn waardevast als ze jaarlijks worden verhoogd of verlaagd met het percentage waarmee de prijzen in een bepaalde periode zijn gestegen of gedaald. De toeslagverlening van pensioen is nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen een toeslag wordt verleend indien daar genoeg geld voor is.

    • WIA

      De WIA (Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen) biedt een inkomensbescherming bij arbeidsongeschiktheid. Verdere informatie kunt u vinden op de website van de rijksoverheid (www.rijksoverheid.nl).

Contact

Zijn er onduidelijkheden?
Neem contact met ons op.