Stel uw vraag

Kunt u het antwoord op uw vraag niet vinden bij de veelgestelde vragen? Neem dan met ons contact op.

Veelgestelde vragen - Pensioenregeling per 1 januari 2015

  • Waarom wordt de pensioenleeftijd gewijzigd?

    De overheid wil de pensioenkosten verlagen. De overheid wil ook dat mensen langer blijven werken. Een voorbeeld hiervan is dat de leeftijd waarop u AOW ontvangt, is verhoogd. Redenen voor de overheid om de pensioenleeftijd voor de pensioenregelingen te verhogen van 65 jaar naar 67 jaar.

  • Waarom mag er minder pensioen worden gespaard?

    De overheid wil de pensioenkosten verlagen. Vandaar dat er minder pensioen mag worden opgebouwd over de pensioengrondslag (= jaarsalaris -/- een bodembedrag, “de franchise”, waarover u geen pensioen opbouwt). In 2013 mocht u nog 2,25% over de pensioengrondslag opbouwen, in 2014 was deze 2,15%. Vanaf 2015 mag er jaarlijks 1,875% over de pensioengrondslag worden opgebouwd.

    Voorbeeld
    Een medewerker verdient € 35.000,- bruto per jaar.
    Als “franchise” hanteren we een bedrag van € 15.000,-.

    Maximale opbouw in 2013: (35.000 -/- 15.000) x 2,250% = € 450,-
    Maximale opbouw in 2014: (35.000 -/- 15.000) x 2,150% = € 430,-
    Maximale opbouw vanaf 2015: (35.000 -/- 15.000) x 1,875% = € 375,-

    Om een beeld te geven van het verschil in totale opbouw aan ouderdomspensioen over de totale diensttijd hebben we het volgende voorbeeld opgesteld. In 2013 was hierbij de pensioenleeftijd nog 65 jaar. In 2014 en 2015 is de pensioenleeftijd verhoogd naar 67 jaar, volgens de wettelijke regels.

    Voorbeeld
    Een medewerker verdient € 35.000,- bruto per jaar.
    Als “franchise” hanteren we een bedrag van € 15.000,-.
    Totale diensttijd bij Pon: 30 jaar

    Gedurende de diensttijd blijven, voor de eenvoud, het jaarsalaris en de “franchise” ongewijzigd.
    - volgens de wettelijke regels in 2013: 30 x € 450,- = € 13.500,- op 65 jaar
    - volgens de wettelijke regels in 2014: 30 x € 430,- = € 12.900,- op 67 jaar
    - volgens de wettelijke regels in 2015: 30 x € 375,- = € 11.250,- op 67 jaar

  • Waarom geen pensioenopbouw over een bruto jaarsalaris boven € 100.000,-?

    De overheid wil de pensioenkosten verlagen. Door boven een jaarsalaris van € 100.000,- geen opbouw van pensioen toe te staan, wordt over het jaarsalaris boven € 100.000,-eerder belasting geïnd door de belastingdienst.

    Voor werknemers met een jaarsalaris boven € 100.000,- zal het pensioenfonds een aanvullend product aanbieden waardoor er toch extra pensioen kan worden gespaard. De betreffende werknemers zullen hierover in een aparte brief over worden geïnformeerd. Deze brief zal binnenkort worden verstuurd.

  • Waarom wordt het contract bij Nationale-Nederlanden niet verlengd?

    De verzekeraar, Nationale-Nederlanden, stelt zijn tarief voor het verzekeren van pensioenen vast waarbij o.a. rekening wordt gehouden met:
    • marktrente; en
    • levensverwachting.
    De verzekeraar garandeert dat de ingekochte pensioenen ook werkelijk uitgekeerd worden.

    Na afloop van het contract, die liep van 2007 tot en met 2013 bleek dat de verzekeraar de marktrente en de levensverwachting te rooskleuring had geschat. Voor de verzekeraar reden het contract fors te herzien.

    De verzekeraar heeft het pensioenfonds voor een nieuwe periode van 5 jaar een aanbieding gedaan. Hierbij bleek dat de verzekeraar extra premie vroeg om de in te kopen pensioenen te garanderen. De pensioenlasten zouden hierdoor met maar liefst 50% stijgen ten opzichte van 2013. Een ongewenste situatie voor de werkgever. Reden voor het pensioenfonds het contract met Nationale-Nederlanden te beëindigen.

  • Is de premie voor de nieuwe pensioenregeling voldoende?

    Er is uitgebreid onderzoek gedaan of de totale premiebijdrage van 24% van de pensioengrondslag voldoende is. De uitkomsten van het onderzoek bevestigen dat de premiebijdrage voor een periode van 5 jaar voldoende moet zijn. Na deze periode van 5 jaar wordt er namelijk opnieuw bekeken of de premiebijdrage nog steeds voldoende is.

    Mocht de premie in enig jaar niet voldoende zijn om de pensioenen in te kopen dan doet de werkgever een extra storting. Deze extra storting bedraagt maximaal 1,5% van de pensioengrondslag. Van de werknemer wordt dan ook een extra bijdrage verwacht. Deze extra bijdrage bedraagt maximaal 0,5% van de pensioengrondslag van de deelnemer zelf.

    In onderstaand voorbeeld wordt dit nader toegelicht.

    Voorbeeld
    De totale pensioengrondslag bedraagt € 120.000.000,-
    De totale premie = 24% x € 120.000.000,- = € 28.800.000,-.

    De extra storting van de werkgever is maximaal 1,5% x € 120.000.000,- =
    € 1.800.000,-.
    De extra eigen bijdrage met een pensioengrondslag van € 20.000,- =
    0,5% x € 20.000,- = € 100,- bruto op jaarbasis.

    Als laatste redmiddel zal het opbouwpercentage van de pensioengrondslag moeten worden verlaagd. Het opbouwpercentage zal dan zo ver worden verlaagd dat de ontvangen premie en de extra stortingen wel voldoende zijn om het ouderdoms-, nabestaanden- en wezenpensioen in te kopen.

  • Wat is het opbouwpercentage in de nieuwe pensioenregeling?

    Het opbouwpercentage is het getal waarmee wordt vastgesteld hoeveel pensioen er kan worden opgebouwd over de pensioengrondslag (jaarsalaris -/- franchise).

    Het opbouwpercentage is vastgesteld op 1,875%. Dit is gelijk aan het wettelijk maximum.

    Het opbouwpercentage van het nabestaanden- en wezenpensioen wordt afgeleid van het ouderdomspensioen. Zo bedraagt het nabestaandenpensioen 70% van het ouderdomspensioen. Het wezenpensioen bedraagt 14% van het ouderdomspensioen.

    Voorbeeld
    Een medewerker verdient € 35.000,- bruto per jaar.
    Als “franchise” hanteren we een bedrag van € 15.000,-.

    Opbouw ouderdomspensioen: (35.000 -/- 15.000) x 1,875% = € 375,- per jaar
    Opbouw nabestaandenpensioen: € 375,- x 70% = € 262,50 per jaar
    Opbouw wezenpensioen: € 375,- x 14% = € 52,50 per jaar

    Bij overlijden voor de pensioendatum wordt voor de vaststelling van het nabestaanden- en wezenpensioen ervan uitgegaan dat u tot pensioendatum werkzaam zou blijven bij Pon.

    Voorbeeld
    Een medewerker verdient € 35.000,- bruto per jaar.
    Als “franchise” hanteren we een bedrag van € 15.000,-.
    Totale diensttijd bij Pon: 30 jaar

    Verzekerd nabestaandenpensioen: € 262,50 per jaar x 30 = € 7.875,-
    Verzekerd wezenpensioen: € 52,50 per jaar x 30 = € 1.575,-

  • Waarom wordt de kans op indexatie kleiner?

    De indexatie voor het opgebouwde pensioen was tot 31 december 2014 onvoorwaardelijk voor actieve deelnemers. Dat wil zeggen dat er een garantie was dat uw pensioen jaarlijks werd verhoogd met de looninflatie. Deze indexatie werd door de werkgever betaald en opgeteld bij uw opgebouwde pensioen bij Nationale-Nederlanden.

    Vanaf 1 januari 2015 is er geen pensioenverzekering bij Nationale-Nederlanden meer, door de stijgende pensioenlasten van de werkgever. Het pensioenfonds zal vanaf deze datum zelf de pensioenpremies laten beleggen om voor uw pensioen te sparen (“eigen beheer”).

    De indexaties zullen vanaf 2015 moeten komen uit het eigen vermogen van het pensioenfonds. Als het eigen vermogen van het pensioenfonds voldoende is, kan er indexatie worden verleend aan de actieve deelnemers (werknemers), slapers (mensen die uit dienst zijn) en pensioengerechtigden. Jaarlijks zal het bestuur beoordelen of er financiële middelen aanwezig zijn om te indexeren. Het is dus niet meer zeker of er wordt geïndexeerd. We spreken hier van een voorwaardelijke indexatie. Tevens zal de indexatie voor de actieve deelnemers (werknemers) niet meer stijgen met de looninflatie, maar met de prijsinflatie.

    Aangezien de indexatie afhankelijk geworden is van de financiële situatie van het pensioenfonds is de kans op indexatie kleiner geworden. Daarbij dient wel vermeld dat bij voortzetting van het contract bij Nationale-Nederlanden de kans op indexatie fors kleiner zou zijn geweest.

  • Wordt de overgang van onvoorwaardelijk naar voorwaardelijke indexatie gecompenseerd?

    Voor 2015 zal de indexatie van uw opgebouwd pensioen nog 100% onvoorwaardelijk zijn. Vanaf 2015 zal dit percentage, in principe, evenredig in 5 jaar geleidelijk afnemen naar 0%. Vervolgens zal de indexatie voor 100% voorwaardelijk zijn en afhankelijk worden van de financiële situatie van het pensioenfonds.

    Om de afbouw van de onvoorwaardelijke indexatie naar voorwaardelijke indexatie mogelijk te maken, is er een extra premiebudget vastgesteld. Dit extra premiebudget zal ook evenredig in 5 jaar afnemen. Dit zal zijn van 4% in 2015 naar 0% in 2020, van de totale pensioengrondslag, waarbij telkens 75% hiervan voor rekening komt van de werkgever.

    Het totale premiebudget voor 2015 bedraagt 4% van de totale pensioengrondslag. De werkgever zal hiervan 3% voor haar rekening nemen. 1% van de totale pensioengrondslag zal opgebracht dienen te worden door de actieve deelnemers.

    Voorbeeld
    De totale pensioengrondslag bedraagt € 120.000.000,-
    Extra bijdrage werkgever voor indexatie = 3% x € 120.000.000,- = € 3.600.000,-.
    Extra bijdrage bijeen te brengen door de actieve deelnemers voor indexatie
    = 1% x € 120.000.000,- = € 1.200.000,-.

    De extra eigen bijdrage voor een individuele actieve deelnemer met een pensioengrondslag van € 20.000,- = 1,0% x € 20.000,- = € 200,- bruto op jaarbasis.

  • Waarom is de deelnemersbijdrage verhoogd?

    De deelnemersbijdrage was en is 6% van de pensioengrondslag, het bedrag waarover u pensioen opbouwt. Om de onvoorwaardelijke indexatie mogelijk te maken wordt er door de werkgever extra premie beschikbaar gesteld. Ook van de werknemers wordt een bijdrage verwacht. Deze extra bijdrage om de onvoorwaardelijke indexatie mogelijk te maken is in 2015 1%. Samen wordt hierdoor de deelnemersbijdrage 7%.

    De extra premiebijdrage van de werkgever zal evenredig jaarlijks afnemen. Hierdoor zal de verlangde extra werknemersbijdrage ook afnemen. Na 5 jaar zal de deelnemersbijdrage weer 6% bedragen. Verondersteld wordt dat de totale premiebijdrage dan 24% van de pensioengrondslag zal zijn.

  • Wat gebeurt er met bestaande overgangs- en compensatiemaatregelen?

    De overgangs- en compensatiemaatregelen, die op 1 januari 2006 van kracht zijn geworden voor deelnemers die op 31 december 2005 in dienst waren, blijven ongewijzigd.

  • Mag ik het nettopensioen bij uitdiensttreding overdragen naar mijn nieuwe pensioenuitvoerder?

    Het nettopensioen (de pensioenopbouw boven de € 100.000,-) kan enkel worden overgedragen naar een nieuwe pensioenuitvoerder als deze pensioenuitvoerder ook een regeling voor nettopensioen aanbiedt. Heeft de nieuwe pensioenuitvoerder geen regeling voor nettopensioen, dan blijft het nettopensioen achter bij de oude pensioenuitvoerder.